15 procent van de Nederlandse kinderen speelt nooit meer buiten!

2019-06-07T14:37:04+00:00 7 Juni 2019|0 Comments

Het is woensdag weer Buitenspeeldag, met als doel kinderen te stimuleren meer buiten te spelen. Het aantal buitenspelers daalt al jaren; 15 procent van de Nederlandse kinderen doet het zelfs nooit meer. Waarom is het toch zo belangrijk dat dit wel gebeurt? En wat zijn de gevolgen voor hen die het niet doen?

De organisatie Jantje Beton werd eind jaren zestig opgericht omdat er toentertijd te weinig voorzieningen voor kinderen waren in Nederland. In die jaren werden er veel nieuwe wijken vol betonnen flats gebouwd; speelplekken voor kinderen dreigden te verdwijnen of vergeten te worden in de nieuwe woongebieden.

Deze zorgen spelen een halve eeuw later nog steeds, vooral in de hermetisch dicht gebouwde Randstad. Maar er is een nieuw probleem bijgekomen: het aantal buitenspelers daalt al jaren. Een op de zeven Nederlandse kinderen blijkt anno 2019 zelfs helemaal niet meer buiten te spelen. De gemiddelde buitenspeeltijd van een Nederlands kind is nu 8,4 uur per week.

‘Eén uur gamen, één uur buiten spelen’

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de invloed van ouders op het wel of niet buitenspelen niet te onderschatten is. Vooral ouders uit de hoogste sociale klasse geven het slechte voorbeeld; zij brengen zelf ook nauwelijks tijd in de buitenlucht door.

“Ouders zijn druk en hebben geen tijd meer om met hun kinderen naar buiten te gaan of te spelen”, stelt directeur Dave Ensberg-Kleijkers van Jantje Beton. “Kinderen volgen hun ouders; dat zie je bijvoorbeeld ook bij smartphonegebruik. Als volwassenen zelf geen tijd nemen om te ontspannen en tijd buiten door te brengen, zullen hun zoons en dochters dat ook minder doen. Ze gaan dan in plaats daarvan maar binnen zitten gamen.”

Volwassenen zouden bewuster afspraken moeten maken met hun kinderen, bepleit Jantje Beton. “Je kan dan bijvoorbeeld zeggen dat tegenover één uur binnen gamen één uur buitenspelen zou moeten staan”, geeft directeur Ensberg-Kleijkers als voorbeeld. Oogartsen adviseren zelfs twintig minuten scherm, twintig seconden in verte kijken en twee uur buitenspelen.

Een bijkomend probleem is echter dat opvallend veel ouders zich zorgen blijken te maken over de veiligheid van de buitenspeelomgeving en hun kinderen daarom maar meer binnen houden. “Deels zijn sommige ouders, vooral in de Randstad, overdreven beschermend geworden naar hun kinderen toe. Maar tegelijkertijd is dit wel een signaal dat de overheid, en vooral gemeenten, zich heel serieus moeten aantrekken.”

“Sporten en spelen heeft evolutionair gezien natuurlijk iets vreemds; van nature heeft de mens zichzelf aangeleerd zo efficiënt mogelijk te zijn”

Martin Pet, Right to Play

Kinderhersens zijn volop in beweging

Healthcoach Martin Pet van het vitaliteitsbureau Lifeguard is ambassadeur van Right to Play. De Noorse schaatskampioen Johann Olav Koss richtte deze internationale organisatie vijftien jaar geleden op om de gezondheid van kinderen wereldwijd te bevorderen met sport en spel in de buitenlucht.

“Gamen, en eigenlijk alles wat je op de smartphone kan doen, appelleert aan het principe van ‘instant gratification’, oftewel de snelle beloning”, legt hij uit. “Als je een game speelt en je wint, dan voel je je op dat moment eventjes goed en ga je nóg een game doen om die kick nogmaals te krijgen.”

Buitenspelen geeft minder snel bevrediging; je moet je eigen creativiteit aanwenden, je moet je best doen om plezier te hebben. “Maar het uiteindelijke effect van buitenspelen is veel duurzamer. “Bewegen, zeker in de buitenlucht, heeft zo veel effecten voor je brein en je lichaam. Als we alleen maar stil zouden zitten, zou onze gezondheid in alle opzichten achteruit hollen.”

Dat geldt natuurlijk ook voor volwassenen, bevestigt Pet. “Maar de hersens van een opgroeiend kind zijn volop in beweging en moeten zich ontwikkelen”, legt de healthcoach uit. “Door buiten te spelen, leer je bijvoorbeeld hoe sociaal met elkaar omgaan precies werkt. Dat is kennis waar je de rest van je leven profijt van hebt. En hoewel de naam anders doet vermoeden, is dat geen kennis die kinderen op sociale media echt meekrijgen.”

‘Evolutionair gezien is meer bewegen vreemd’

Ook de ambassadeur van Right to Play bevestigt dat de ouders hier een belangrijke rol in zouden moeten pakken. Maar hij erkent ook dat het lastig kan zijn om over die drempel heen te stappen. “Sporten en spelen heeft evolutionair gezien natuurlijk iets vreemds; van nature heeft de mens zichzelf aangeleerd zo efficiënt mogelijk te zijn. Dat is logisch als je om te overleven achter dieren aan moet rennen en het land moet bebouwen. Maar we zijn door alle gemak doorgeslagen de andere kant op; netto worden we van onze efficiëntie nu dommer en luier.”

Hoogleraar Biopsychologie Renate de Groot van de Open Universiteit doet al lange tijd onderzoek naar de relatie tussen bewegen en het effect dat dit op de ontwikkeling van kinderen heeft. “We zien dat het bewegen vooral afneemt als kinderen van de basisschool naar het voortgezet onderwijs overstappen”, legt ze uit. “Die trend brengt allerlei gezondheidsrisico’s met zich mee. Maar een grote impact heeft niet-bewegen op de ontwikkeling van de cognitieve functies. Als die ontwikkeling achterblijft, kan een kind daar levenslang de gevolgen van ondervinden – te beginnen met de schoolprestaties.”

Buitenspelen bevordert rekenvaardigheden

Het principe is vrij simpel, legt ze uit. “Je hersenen functioneren beter als er meer bloed en gezonde voedingsstoffen door je lichaam worden gepompt, wat een van de gevolgen is van bewegen.” Dit geldt overigens net zo goed voor ouderen; de laatste jaren wordt steeds vaker aangetoond dat meer bewegen bijvoorbeeld de achteruitgang van hersens van ouderen tegengaat.

“Bij kinderen heeft het bewegen vooral effect op de ontwikkeling van de prefrontale cortex, waar vooral de executieve functies worden aangestuurd”, aldus De Groot. “Dan moet je dus denken aan plannen en organiseren. Ook de rekenvaardigheden worden in dit deel van het brein aangestuurd.”

De hoogleraar beklemtoont, net als Pet, dat het ook de sociale vaardigheden van een kind ten goede komt als zij buiten bewegen. “Je doet onbewust zo veel ervaringen op door op straat te spelen”, stelt ze. “Je wordt je veel bewuster van je omgeving, leert actiever prikkels te ontwaren. Dat is bijvoorbeeld een belangrijk verschil met bewegen in een sportschool of op een loopbaan.”

De wetenschapper begrijpt oprecht niet dat ouders zich niet goed realiseren hoeveel kansen het buitenspelen de kinderen biedt. “Het is een window of opportunity; met vrij weinig inspanning kan je een grote positieve invloed uitoefenen op de rest van het leven van je kinderen.”